Over anderhalve week start de Tour de France in Utrecht. Drie weken later finisht de La Grande Boucle in Parijs. Welke etappes geven de doorslag? Hoe vaak gaat er gesprint worden? In welke bergritten kunnen we spektakel verwachten? Kortom: hoe ziet het Tourparcours eruit? Procyclingweb blikt vooruit.

Afbeelding: ASO

Afbeelding: ASO

In totaal krijgen de Tourdeelnemers 3344 kilometer voor de wielen, verdeeld over eenentwintig dagen koers. Utrecht vormt het toneel voor het Grand Départ. Op zaterdag 4 juli gaat de Franse ronde hier van start met een individuele tijdrit. Na twee dagen gaat de Tour verder in België, waarna op dag vier de Tour in Frankrijk aan komt. De eerste (gedeeltelijk) Franse etappe gaat direct over kasseien, waarna er in het vervolg van de eerste week koers gezet wordt richting Bretagne, met enkele verraderlijke ritten. In de tweede week trekt het peloton de Pyreneeën in, waar drie zware bergritten op het programma staan. De slotweek voert de renners door de Alpen, met in totaal vier bergetappes. De laatste aankomst bergop ligt op Alpe d’Huez, op precies één dag voor de finish in Parijs op zondag 26 juli.


Bekijk hier de voorlopige deelnemerslijst (+ kenmerken per renner).


Etappe 1 Utrecht Utrecht

De Ronde van Frankrijk start met een individuele tijdrit. In totaal moeten alle renners één voor één een rondje van 13,8 kilometer afleggen in Utrecht. De Domstad biedt direct de mogelijkheid voor tijdrijders om tijd te pakken op hun beter klimmende concurrenten voor het algemeen klassement. De route voert de renners dwars door Utrecht. De start is aan de zuidwestkant van de Jaarbeurs, om via het stadion Galgewaard en de Utrechtste universiteit weer terug te keren naar de evenementenhal. Aan de noordoostkant van de hal ligt de finish van de chronorace. Dit is overigens de enige individuele tijdrit in de ronde. Om precies 14:00 vertrekt de eerste renner aan de 102e Tour de France. De laatste renner vertrekt om 17:17 vanaf het startpodium.

Er zijn maarliefst drie topfavorieten voor de winst in Utrecht. Tom Dumoulin, Fabian Cancellara en Tony Martin lijken de grootste kans te maken om de chronorace te winnen en dus de eerste gele trui te veroveren. De Nederlander Dumoulin lijkt de topfavoriet, gezien zijn thuisvoordeel en zijn voorbije prestaties in de Ronde van Zwitserland, waar hij beide tijdritten wist te winnen. Naast de drie toptijdrijders staan ook renners als Adriano Malori, Rohan Dennis, Michal Kwiatkowski en Jan Barta aan de start. Zij allen hebben de capaciteiten om een toptijd neer te zetten. Ook renners als Geraint Thomas, Peter Sagan, Jonathan Castroviejo, Bob Jungels, Luke Durbridge, Sylvain Chavanel en Edvald Boasson Hagen zijn in staat om zich in de top tien van de daguitslag te rijden. De verrassing van de dag zal wel eens uit Nederlandse benen kunnen komen. Lars Boom was voorheen een specialist in korte tijdritten en het thuisvoordeel zou hem ‘net dat beetje extra’ kunnen geven.


Etappe 2 Utrecht Zélande

Wind, wind en nog eens wind. De tweede etappe lijkt er op papier een voor de sprinters. Dat gaat het misschien ook zijn, maar dan zullen zij over superbenen moeten beschikken. De etappe vertrekt namelijk opnieuw vanuit Utrecht, om vervolgens rond de klok van 17:20 aan te komen op Neeltje Jans. Het peloton rijdt grotendeels langs de Zeeuwse kust, waar het altijd waait. De aankomst op het voormalig werkeiland is een speciale. ‘’Alleen de Nederlanders krijgen het voor elkaar om een finish te creëren in zee’’, zegt Tourdirecteur Christian Preudhomme op de officiële Tourwebsite over de tweede etappe. Naast de wind zijn er geen andere obstakels in de etappe te vermelden. Wel ligt er uiteraard een tussensprint. De streep hiervan is getrokken in havenstad Rotterdam.

Sprinters zijn absoluut niet kansloos. Het merendeel van hen is namelijk een uitstekend renner in winderige omstandigheden. Enkel topspurter Marcel Kittel heeft zich in het verleden meerdere malen laten foppen tijdens een waaieretappe. De Nederlanders zijn doorgaans wel sterk in het rijden in dit soort omstandigheden. Zij en andere ploegen zullen het de renners in het peloton moeilijk proberen te maken. Dat het peloton op de stormvloedkering uiteen spat is dan ook absoluut niet ondenkbaar. Het is nog maar afwachten welke sprinters er overblijven op weg naar Neeltje Jans. De vorige winnaar van een waaieretappe in de Tour was Mark Cavendish. Hij lijkt dus ook in deze rit de te kloppen man. Wanneer Kittel daadwerkelijk niet meer van voren zit in de finale, kan zijn ploegmaat John Degenkolb voor een verrassing gaan zorgen. Hoe zwaarder de wedstrijd, hoe beter de sprint van de Duitser, die dit seizoen zowel Milaan – San Remo als Parijs – Roubaix op zijn naam schreef.


Etappe 3 Anvers Huy

Alles in deze etappe draait om de Muur van Hoei. De kuitenbijter vormt jaarlijks het toneel van de finale van de Waalse Pijl, een Belgische Ardennenklassieker. De Muur van Hoei wordt wel eens ‘de zwaarste kilometer in de wielersport’ genoemd. Dat is ook niet gek, gezien het gemiddelde stijgingspercentage van 9,6 procent over 1,3 kilometer. De steilste stukken in de korte beklimming gaan richting de twintig procent. Ook het voorspel van de etappe liegt er niet om. Na ruim honderd vlakke kilometers vanuit havenstad Antwerpen bereiken de renners een eerste beklimming van de vierde categorie. Even later volgt de tussensprint in Havelange, om vervolgens richting Huy te koersen met nog twee korte beklimmingen voor de wielen. De Côte d’Ereffe en de Côte de Cherave (beide vierde categorie), zullen het peloton al enigszins uitdunnen alvorens het rond de klok van 17:00 aan de voet van de Muur van Hoei aankomt.

Specialisten in de heuvelklassiekers zullen ook hier boven komen drijven. De eerste naam die opduikt is die van Alejandro Valverde. De Spanjaard won al drie keer de Waalse Pijl, door de beste te zijn op de Muur van Hoei. Ook dit seizoen was de Movistar-renner er de sterkste. De grootste concurrentie lijkt te komen uit eigen land. Joaquín Rodriguez is namelijk een specialist in het rijden van korte en steile beklimmingen. De Spaanse Katusha-kopman won in het verleden ook al eens de Waalse Pijl en lijkt dus extra gemotiveerd voor deze etappe. Verder kunnen Daniel Martin, Rui Costa, Daniel Moreno (Rodriguez’ ploegmaat), Michal Kwiatkowski en Sergio Henao ook uitstekend uit de voeten op beklimmingen als deze. In de Waalse Pijl van dit jaar viel de Belgische jongeling Tim Wellens op door zijn aanvallende koersgedrag. Misschien kan de Lotto Soudal-renner verrassen door al voor de steile muur een aanval te plaatsen, net als in april van dit jaar.


Etappe 4 Seraing Cambrai

Maarliefst zeven kasseistroken zijn er opgenomen in het parcours van de vierde etappe. Een ervan ligt nog in België, van waaruit deze rit van start gaat (Seraing). Vlak voor de grensovergang ligt er nog een tussensprint, in Quévy. Bij het passeren van de grens ‘komt de ronde thuis’ in Frankrijk. Veertig kilometer verderop krijgen de renners te maken met de tweede kasseistrook van de 223,5 lange etappe. Pas op twaalf kilometer van de streep zijn de renners klaar met het rijden over de ‘kinderkopjes’. Een gevaarlijke etappe voor klassementsrenners dus. Misschien vormen de stroken niet eens het grootste gevaar, maar schuilt het meer in de kilometers die hieraan voorafgaan. Het gedrang in het peloton voor een dergelijke kasseienstrook kan zorgen voor nervositeit, waar weer valpartijen door kunnen ontstaan. Het wordt dus oppassen geblazen voor alle klassementsrenners. De eerste Franse kasseienstrook (op 46 kilometer van de streep) wordt aangedaan rond 16:00. De finish in Cambrai wordt verwacht tussen vijf en half zes.

Net als een dag eerder zullen opnieuw de klassiekerrenners aan hun trekken komen. Dit maal is het echter de beurt aan de toppers van de Vlaamse en Noord-Franse klassiekers. Winnaar van Parijs – Roubaix, John Degenkolb, lijkt de grootste favoriet voor de dagzege. Zijn stugge tempo op de kasseien en zijn straffe sprint na een zware koers zorgen ervoor dat hij de te kloppen man is. Alexander Kristoff, de winnaar van de Ronde van Vlaanderen lijkt de meeste concurrentie te gaan bieden. Ook een goede Peter Sagan zou mee kunnen moeten doen om ritwinst. Wanneer de koers dermate hard wordt gemaakt dat het veld compleet uiteengeslagen wordt, zouden typische voorjaarscoureurs als Fabian Cancellara, Zdenek Stybar en Sep Vanmarcke wel eens hun slag kunnen slaan. Ook Lars Boom, de winnaar van de kasseienrit uit de Tour van 2014, mag zeker niet vergeten worden. De verrassing van de dag zou wel eens Martin Elmiger kunnen zijn. De ervaren Zwiters viel op door sterke prestaties in de voorjaarsklassiekers van dit seizoen.


Etappe 5 Arras Amiens

Eindelijk eens een echte rit voor de sprinters. Er zijn er dit jaar maar weinig, maar etappe vijf lijkt toch echt gemaakt voor de snelle mannen. Alles in deze etappe duidt op een massasprint. Er zijn geen obstakels onderweg en de finale lijkt geschikt om een sprinterstrein te formeren. Zelfs de finishplaats Amiens doet vermoeden dat deze etappe uitloopt in een massaprint. Snelle mannen val weleer als André Darrigade en Mario Cippolini wonnen hier al eens. In de twee laatste kilometers ligt slechts één bocht. Deze wordt aangedaan op vijfhonderd meter van de brede aankomst in de Franse stad. De meters daarvoor zijn recht vooruit over eveneens brede wegen, dus ook eventuele aanvallers in de finale lijken geen schijn van kans te hebben. De finish in Amiens wordt verwacht tussen vijf en half zes.

Een ideale etappe voor treinvorming, dus een ideale etappe voor Giant – Alpecin. De Duitse World Tour ploeg heeft zich de laatste jaren meerdere keren getoond als topteam als het gaat om vlakke etappes. Met enkele Nederlandse hardrijders kan de formatie als geen ander een sprinttrein op de rails zetten. Marcel Kittel, de afmaker van Giant – Alpecin, lijkt dan ook de topfavoriet voor winst in deze vijfde etappe. De vorm van de Duitser is echter onzeker, maar mits deze in orde is, zal Kittel moeilijk te kloppen zijn in deze etappe. Mark Cavendish en André Greipel zullen bij afwezigheid van Kittel de aangewezen favorieten zijn voor ritwinst in Amiens. Michael Matthews daarentegen is geen favoriet voor ritwinst, maar de Australiër heeft van de groene puntentrui een doel gemaakt en zal dus overal mee moeten sprinten. Wanneer er, ondanks de finale met slechts één bocht, chaos ontstaat in de spits van het peloton zou de ex-Rabocoureur wel eens de verrassing van de dag kunnen zijn.


Etappe 6 Abbeville Le Havre Arras Amiens

Een extreem verraderlijke etappe heeft de organisatie gepland op dag zes van de Franse ronde. Na een relatief rustige start vanuit Abbeville trekt de etappe langs de kust richting één van de grootste Franse havens in Le Havre. De laatste honderd kilometer gaan vlak langs de kust op, wat betekent dat de wind opnieuw een rol gaat spelen in de Tour. En alsof dat nog niet genoeg is, is de etappe bijna nergens vlak. Het parcours gaat constant op en af en in combinatie met de zeewind kan dit voor veel slachtoffers zorgen. Als een kers op de taart heeft de organisatie ook nog eens gekozen voor een finish bergop. Op anderhalve kilometer van de streep gaat de weg omhoog voor een kleine kilometer aan zeven procent. De laatste vijfhonderd meters zijn relatief vlak, maar voor pure sprinters lijkt deze etappe toch te zwaar. Ook in deze etappe wordt de finish verwacht tussen vijf en half zes.

Om te kunnen winnen in Le Havre moet je meer kunnen dan sprinten alleen. De oplopende aankomst zal er voor zorgen dat de Kittels en Cavendish’ van deze wereld slechts een kleine kans maken op winst in de havenstad. Toch is de aankomst weer niet lastig genoeg om een Rodríguez als favoriet te zien voor de zesde etappe. Een specialist in dit soort aankomsten is Michael Matthews. De Australiër won dit jaar al meerdere malen een sprint na een lastige etappe of met een lastig slot. Hij lijkt dan ook de te kloppen man voor deze rit, al zal hij van goeden huize moeten komen. Ook Peter Sagan is namelijk een van de beste ter wereld in dit soort finales, zo bewees hij onlangs nog in de Tour de Suisse. Toch werd de Slowaak eerder dit seizoen al eens nipt verslagen op een soortelijke aankomst in de Tirreno – Adriatico. Destijds won Greg van Avermaet en ook in deze rit zou de Belg wel eens de verrassing van de dag kunnen zijn.


Etappe 7 Livarot Fougères

Opnieuw een typische etappe voor de sprinters. De ruim 190 kilometer lange rit van Livarot naar Fougères kent slechts één hindernis. Direct aan het begin van de etappe beklimmen de renners een korte helling van de vierde categorie. Na ruim 65 kilometer fietsen bereikt het peloton de tussensprint in Argentan. Vanaf dat moment is de eerstvolgende bijzonderheid pas de finish in de Bretonse stat Fougères. De laatste keer dat deze plaats deel uit maakte van de Tour de France was in 2013. Toen vertrok het peloton vanuit Fougères, om later Marcel Kittel te zien winnen in Tours.

Ook in de tweede typische sprintersrit lijkt Kittel de topfavoriet. Mits de Duitser zijn goede benen heeft hervonden, zal hij moeilijk te verslaan zijn in de straten van Fougères. Met zijn ploeg krijgt hij hier opnieuw een kans om de concurrentie te doen kleineren. De ploegen Mark Cavendish, André Greipel en Alexander Kristoff zullen proberen om het treintje van Giant – Alpecin dusdanig te verstoren dat zij zelf kansrijk zijn voor ritwinst. Ook de Franse sprinters Arnaud Démare, Nacer Bouhanni en Bryan Coquard zullen hun kansen ruiken in deze vlakke etappe. Voor het Duitse procontinentale Bora – Argon 18 ligt er in Fougères een unieke kans om hun investeringen uit te laten betalen. Met sprinter Sam Bennett bouwt te ploeg al enige tijd aan een heuse sprinterstrein, die in de zevende etappe wel eens verrassend voor de dag kan komen.


Etappe 8 Renners Mûr-de-Bretagne

Opnieuw een etappe met een korte en pittige slotklim. Net zoals de rit naar de Muur van Huy zal ook hier uitgekeken worden naar de slotkilometers, waar gefinisht wordt op de lastigste beklimming in Bretagne; op de Mûr de Bretagne. Deze slotklim is 2,2 kilometer lang en kent een gemiddeld stijgingspercentage van 6,9 procent. De eerste helft van de beklimming, waar de weg op sommige stukken aan tien procent omhoog loopt, is veruit het lastigst. De laatste halve kilometer stijgt slechts met een percentage van 2.2%. Om de voet van deze lastige puist te bereiken hoeft het peloton geen moeilijke hindernissen te overwinnen. Slechts één beklimming van de categorie is er, naast de Mûr de Bretagne (derde categorie), in het parcours opgenomen. Gestart wordt er in Rennes, om vervolgens net na 17:00 te finishen.

Net als op de Muur van Hoei lijkt deze rit geschikt voor klassiekerrenners. De types als Valverde en Rodríguez lijken hier weer voor de winst te gaan strijden. Het aantal favorieten stijgt echter door het afvlakkende laatste gedeelte van de Mûr de Bretagne. Een renner als Michal Kwiatkowski zullen in de steile beginfase van de helling proberen aan te haken bij de Spaanse springveren, om vervolgens in het laatste gedeelte eruit te springen met een venijnige sprint. De huidige wereldkampioen, Kwiatkowski dus, lijkt een geschikte favoriet voor de winst op deze muur. Ook ex-wereldkampioen Rui Costa moet in staat zijn een uitstekend resultaat neer te zetten. Een opvallende naam zou die van Michael Matthews kunnen worden. De Australiër imponeerde in het voorjaar door de aanval van Philippe Gilbert op de Cauberg tijdens de Amstel Gold Race als enige te pareren.


Etappe 9 Vannes Plumelec

Een ploegentijdrit na maarliefst negen dagen koers, dat zie je niet vaak. De Tourorganisatie koos er dit jaar wel voor, in de wetenschap dat de Franse ronde in de eerste week vaak al veel renners af ziet stappen. Toch zou deze ploegentijdrit ook een gunstig effect kunnen hebben op het koersgedrag van de klassementsploegen in week één. Niet een van hen wil namelijk aan deze chronorace starten met minder dan negen renners. Het zou zomaar kunnen zijn dat zij besluiten slechts twee renners in dienst te stellen van hun kopman, wat er dan weer voor zorgt dat er minder gedrang en nervositeit is in het peloton, wat er vervolgens weer voor zorgt dat er minder gevallen wordt. Al met al zullen we pas na deze ploegentijdrit weten of het een goede beslissing is geweest van de organisatie. Ook het parcours van de chronorace is gewaagd. Waar een ploegentijdrit doorgaans vlak is, is deze negende rit dat verre van. De ploegen gaan gezamenlijk maarliefst drie keer serieus bergop, waarvan de laatste keer nog het meest serieus. De ploegentijdrit finisht namelijk op de Côte de Cadoudal (1,7 kilometer aan 6,2 procent) in Plumelec, terwijl de rit 28 kilometer eerder begon in Vannes. De eerste ploeg gaat om 15:00 van start, terwijl de laatste equipe deze chronorace om 16:45 aanvat.

De strijd tussen Vannes en Plumelec lijkt een zware te worden. Een favoriet aanwijzen voor deze ploegentijdrit lijkt zeer lastig. Sky, Astana, Movistar, Tinkoff, Trek, Etixx en BMC hebben allen bewezen uitstekende ploegentijdrijders te hebben en beschikken bovendien over sterke hardrijders en klimmers. Het Amerikaans/Zwitserse BMC Racing Team lijkt nog de meeste kans te maken op de winst in Plumelec. De formatie kroonde zich vorig jaar september nog tot wereldkampioen ploegentijdrijden en won onlangs nog de gezamenlijke tijdrit in het Critérium du Dauphiné. In tegenstelling tot bovengenoemde ploegen blinken de Franse equipes normaliter niet uit tijdens dit soort dagen. Vanwege het parcours zou AG2R La Mondiale daar dit jaar wel eens verandering in kunnen brengen. De ploeg komt opdagen met een sterk blok van klimmers en tijdrijders, die gezamenlijk een sterke prestatie neer zouden moeten kunnen zetten in deze heuvelachtige ploegentijdrit.


Etappe 10 Tarbes La Piere Saint Martin

Na een welverdiende rustdag trekt het peloton dan eindelijk het hooggebergte in. Op de Franse nationale feestdag is het ook feest voor de klassementsrenners. Zij mogen hun kunsten in de Pyreneeën voor het eerst vertonen met een aankomst in La Pierre-Saint-Martin. Hier kwam de Tour nog nooit eerder aan, al passeerde het in het verleden al wel eens de Col de Soudet, waarvan de top op slechts een ruime kilometer van de aankomst ligt. De aanloop naar de slotklim belooft weinig spektakel op te gaan leveren. Vanuit Tarbes trekken de renners definitief in de richting van de Pyreneeën. Onderweg passeren zij drie beklimmingen van de vierde categorie en een tussensprint in Trois-Villes, waarna zij rond de klok van vier uur de voet van de beklimming van de buitencategorie aankomen. Ongeveer een uur later zullen zij aankomen in La Pierre-Saint-Martin, waarvoor een weg van 15,3 kilometer aan gemiddeld 7,4 procent beklommen wordt. Vooral het eerste gedeelte van de klim lijkt met stukken van boven de tien procent voor moeilijkheden te gaan zorgen bij renners die een mindere dag hebben.

In de eerste bergrit in de Tour lijkt het vaak raak te zijn voor klassementsrenners. De gehele dag willen alle topfavorieten zorgen dat zij voorin het peloton zijn, alvorens zij beginnen aan de slotklim. Dit zorgt voor een hoog tempo in de hoofdmacht, waardoor vluchters weinig mogelijkheden krijgen om een grote voorsprong op te bouwen. De vijftien kilometer lange beklimming is lang genoeg voor Team Sky om hun tactiek perfect uit te kunnen voeren. De Britse formatie zal net als in het verleden en in de voorbije editie van het Critérium du Dauphiné al haar klimknechten op kop zetten gedurende het grootste gedeelte van de slotklim. Chris Froome zal hierdoor extra gemotiveerd zijn om het af te maken richting te de op. De Tourwinnaar van 2013 zal dan wel af moeten rekenen met concurrenten Alberto Contador, Nairo Quintana en Vincenzo Nibali. Ook voor de Fransen is het geheel niet ondenkbaar dat zij hun feestvreugde van ‘quatorze juilliet’ kunnen vergroten met een ritzege in de Pyreneeën. Goed klimmende Fransmannen als Thibaut Pinot en Pierre Rolland zullen op deze dag extra gemotiveerd zijn om het thuispubliek te laten juichen.


Etappe 11 Pau Cauterets

Dag twee in de Pyreneeën voert de renners over de hoogste bergpas in deze bergstreek. De alom bekende Col du Tourmalet wordt namelijk beklommen in deze elfde Touretappe. De beklimming hoort tevens bij de meest verreden cols in de Ronde van Frankrijk ooit. Startplaats Pau hoort op haar beurt weer bij de meest gekozen start- of finishplaats in de Tour. Vanuit de Pyreneeënstad krijgen de renners te maken met een beklimming van de derde, van de vierde en opnieuw van de derde categorie om de benen op te warmen voor de Col d’Aspin. De aankomst van deze col van de eerste categorie ligt op ruim zestig kilometer van de streep. Hierna dalen de renners af tot aan de voet van de Col du Tourmalet. Wanneer deze top is bereikt wordt de afdaling richting Pierrefitte Nestalas, van waaruit de Côte de Cauterets wordt bereikt. Deze top van deze col van de derde categorie wordt bereikt na 184,5 kilometer fietsen. Hierna blijft de weg echter omhooglopen tot aan de finish in Cauterets. De winnaar van de elfde etappe passeert omstreeks 17:15 de streep.

In deze tweede serieuze bergrit lijken de aanvallers hun kans te kunnen gaan. Nadat er een dag eerder het klassement op zijn kop is gezet, zal de drang van enkele ploegen om de koers te controleren zijn afgenomen. Dit maakt het mogelijk voor vluchters om weg te blijven uit het peloton en te zegevieren in Cauterets. Aanvallers die denken te kunnen winnen in deze elfde etappe zullen niet alleen mee moeten zitten in de kopgroep, maar ook een serieus stukje moeten kunnen klimmen. Wanneer er een groepje aan de slotklim naar Cauterets begint, zal de uiteindelijke winnaar ook over een goed tactisch vermogen moeten beschikken. Een renner die perfect in het zojuist genoemde plaatje past is Daniel Martin. De Ier zit vol van aanvalsluist, is zeer explosief en kan daarnaast ook nog eens zeer goed overweg met zware beklimmingen. Ook renners als Julian Arredondo, Warren Barguil en Tim Wellens lijken geschikt voor dit soort ritten, waarin natuurlijk Franse aanvallers als Thomas Voeckler ook niet onderschat mogen worden. Ook Steven Kruijswijk kan zomaar eens mee spelen voor ritwinst. Wanneer de Nederlander niet voor het klassement gaat, zou hij zomaar de ruimte kunnen krijgen in deze Pyreneeënrit, om vervolgens zijn medevluchters te verrassen op de relatief eenvoudige slotbeklimming.


Etappe 12 Lannemezan Plateau de Beille

De laatste van de drie Pyreneeënritten is veruit de zwaarste. Aan het begin van de rit, die start in Lannemezan, volgt er al snel een tussensprint in Saint-Bertrand de Comminges. Daarna is het al snel aan de klimmers om het verloop van deze twaalfde rit te bepalen. De eerste beklimming van de dag is er een van de tweede categorie; de Col de Portet-d’Aspet. Vervolgens worden de Col de la Core en de Port de Lers aangedaan, welke beide worden gekenmerkt als beklimmingen van de eerste categorie. Na dit zeer lastige voorspel eindigt de etappe ten slotte op Plateau de Beille, dat met 15,8 kilometer aan 7,9% procent te boek staat als beklimming van de buitencategorie. De laatste keer dat de Tour finishte op Plateau de Beille was in 2011. Destijds was de Belg Jelle Vanendert de verrassende winnaar. Een opvallende naam op de erelijst is die van Marco Pantani. De Italiaan won in 1998 op Plateau de Beille, om vervolgens de eindzege te grijpen in de Tour. In dat jaar het olifantje zowel de Giro als de Tour, wat tot op heden niemand meer lukte. Alberto Contador waagt dit jaar voor het eerst een serieuze poging om dit kunststukje te herhalen. Rond 16:15 startten de renners aan de beklimming naar Plateau de Beille, om er rond 17:00 te finishen.

Deze bergetappe lijkt een prooi te gaan worden voor de klassementsrenners. Gezien de winnaars in het verleden (Pantani, Armstrong en in mindere mate Vanendert) op Plateau de Beille zullen zij allen graag hun naam toevoegen aan deze korte, maar imposante erelijst. Vanwege de winst in Pantani in 1998 lijkt Alberto Contador de topfavoriet voor de twaalfde etappe. De Spanjaard zet dit seizoen alles op de dubbel en kan met winst op Plateau de Beille al een eerste serieuze stap zetten, net als Marco Pantani dat in ’98 deed. Toch zal Contador het niet gemakkelijk krijgen, want ook Quintana, Froome en Nibali zullen zich op de erelijst willen plaatsen. Mocht er toch een vlucht vooruit blijven, dan lijkt Winner Anacona een geschikte renner om de favorieten voor te blijven. De Colombiaan deed dit in 2014 al eens in de Ronde van Spanje op een aankomst bergop.


Etappe 13 Muret Rodez

Etappe dertien is de eerste in een serie van vier overgangsetappes. De Tour van 2015 heeft namelijk vier etappes nodig om de afstand tussen de Pyreneeën en de Alpen te overbruggen, waarvan de dertiende rit van Muret naar Rodez de eerste is. Het parcours ziet eruit als een typische rit voor de tweede week van de Ronde van Frankrijk. Het eerste gedeelte van de koers is relatief vlak, met als enige bijzonderheid de tussensprint in Laboutarie. Vervolgens breekt een finale aan met drie gecategoriseerde beklimmingen en tal van ongecategoriseerde oplopende wegen. In de finale rijden de klimmers bergop naar La Primaube, om vervolgens in tien dalende kilometers koers te zetten in de richting van Rodez, waar ook de slotmeters weer bergop gaan. De laatste 470 meter kennen een stijgingspercentage van maarliefst 9,6 procent. De renners zullen deze laatste oplopende weg tussen vijf en half zes bereiken.

Worden het de sterke sprinters of gaan de aanvallers met de zege aan de haal? Dit lijkt de grote vraag van deze etappe. In het verleden waren de overgangsetappes tussen het hooggebergte vrijwel altijd een prooi voor de vluchters. De laatste jaren is het aantal goed klimmende sprinters echter flink toegenomen. Ook hun ploegen mikken steeds vaker op ritten als deze. Wanneer dit ook in Rodez zo blijkt te zijn, zal Peter Sagan dankzij de oplopende aankomststrook de topfavoriet voor deze etappe zijn. Ook Michael Matthews, John Degenkolb en Alexander Kristoff zouden zomaar een doel kunnen maken van deze overgangsetappe. Toch lijkt het vooruitblijven van de vroege vlucht zeker niet onmogelijk. Na drie zware Pyreneeënetappes zal het peloton een relatieve rustdag zeker niet willen ontwijken. Durfallen die de aanval kiezen krijgen hierdoor misschien een grotere kans om vooruit te blijven. Het parcours past perfect bij de capaciteiten van Franse aanvallers als Pierrick Fedrigo en Arthur Vichot. Ook de Nederlander Tom Dumoulin heeft grote kansen wanneer hij een plaats bemachtigt in de kopgroep. De etappe van Muret naar Rodez lijkt ook geschikt voor Filippo Pozzato. De ervaren Italiaan kan zowel in een sprint van een uitgedund peloton als in een kopgroep uitstekend uit de voeten.


Etappe 14 Rodez Mende

Een zeer venijnige aankomst staat de renners te wachten in Mende. De Côte de la Croix Neuve is de scherprechter van de wedstrijd, mede doordat de finish op de top ervan ligt. De beklimming gaat sinds 1995 door het leven als de Montée Laurent Jalabert. De gelijknamige Franse wereldtopper won destijds de etappe die eindigde op deze supersteile slotklim. Het zou nog eens tien jaar duren voordat de beklimming opnieuw in het Tourparcours werd opgenomen. In 2005 was vroege vluchter Marcos Serrano er de bester, waarna vijf jaar later Joaquím Rodríguez er won. Nu, ook weer vijf jaar later, staat de Montée Laurent Jalabert dus opnieuw op het programma. De beklimming is er een van de tweede categorie. De afstand van de col is slechts drie kilometer, maar het gemiddelde stijgingspercentage van ruim tien procent spreekt boekdelen. Wanneer men de top heeft bereikt, duurt het nog ruim één kilometer vooraleer de finish omstreeks vijf uur wordt gepasseerd. De aanloop van deze spetterende finale is ook niet van de poes. De Côte de Sauveterre (tweede categorie) en de Côte de Chabrits (vierde categorie) moeten al voor enige pijn in de benen gaan zorgen op 32 en negen kilometer van de aankomst.

Niet alleen klassiekerrenners, maar ook klassementsrenners zullen zich niet kunnen verstoppen op deze zware slotklim. Contador, Nibali, Froome en Quintana zullen hier kostbare tijd kunnen winnen, maar ook verliezen. In 2005 was Rodríguez de laatste winnaar tot op heden in Mende. Ook dit jaar lijkt de Spaanse klimgeit een grote kans te maken. Zijn explosiviteit bergop is niet te evenaren, al zullen de ronderenners er alles aan doen om zo kort mogelijk te eindigen op de Montée Laurent Jalabert. Een explosieve klimmer als Alberto Contador zou normaal gesproken ook hoge ogen kunnen gooien op aankomsten als deze. In 2005 werd de Spanjaard immers al tweede achter zijn landgenoot. De zware finale met flink wat klimkilometers kunnen er ook voor zorgen dat de winnaar al voor de slotklim vooruit rijdt. Tim Wellens is een renner die over voldoende klim- en aanvalscapaciteiten beschikt om de favorieten in Mende voor te blijven.


Etappe 15 Mende Valence

Opnieuw een typische overgangsetappe in de tweede week van de Tour. De vijftiende etappe voert de renners vanuit Mende naar Valence. Vooral de beginfase loopt meerdere keren bergop. Met één col van de derde en twee beklimmingen van de vierde categorie biedt het aanvallers de mogelijkheid om te ontsnappen uit het peloton. Na de tussensprint in Aubenas krijgen de renners, net over de helft van de rit, een heuse klim van de tweede categorie voorgeschoteld. Deze Col de l’Escrinet is 7,9 kilometer lang loopt gemiddeld 5,8 procent omhoog. Vanaf de top is het nog maarliefst 56,5 dalende en vlakke kilometers lang vooraleer de finish in de straten van Valence wordt bereikt. De renners zullen net na de klok van vijven aankomen in de hoofdstad van het departement Drôme.

Ook in deze rit lijkt het onzeker welk type renner de zege grijpt. Toch lijkt de kans op een sprint in Valence groter dan in Rodez (etappe dertien). De beklimming van de tweede categorie op ruim vijftig kilometer van de aankomst is zwaar genoeg om de rappe mannen als Cavendish, Greipel en Kittel te doen lossen. Renners als Kristoff, Matthews, Sagan en Degenkolb moeten in staat zijn deze col te overleven, om vervolgens hun ploeg in de laatste tientallen kilometers op kop te zetten met als doel de vroege vlucht in te lopen. Gezien het aantal goed klimmende sprinters lijkt de kans groot dat meerdere ploegen deze tactiek zullen hanteren. Alexander Kristoff lijkt op de vlakke aankomst in Valance vervolgens de te kloppen man, al zal hij rekening moeten houden met de snelheid van eerder genoemde renners. Het profiel van deze vijftiende rit heeft wat weg van een van de Vogezenetappes in 2014. Destijds voerde Tony Martin een one-man-show op, door de gehele dag het peloton voor te blijven en de rit winnend af te sluiten. De Duitsers zou zomaar eens deze etappe aangekruist hebben om zijn kunststukje te herhalen.


Etappe 16 Bourg de Peage Gap

Etappe zestien lijkt dan toch echt op maat van de vluchters. De etappe van Bourg de Péage naar Gap gaat vrijwel elke kilometer bergop, met de Col de Manse als scherprechter in de finale. Na een aanloop met een tussen sprint in Die en de Col de Cabre (tweede categorie) komen de renners na 177 kilometer fietsen al aan in Gap. Om de finale in Gap meer spektakel op te laten leveren trekt het peloton, zoals wel vaker in een etappe naar Gap, over de hierboven genoemde Col de Manse (tweede categorie). De top van deze beklimming wordt bereikt na een kleine negen kilometer klimmen aan 5,6 procent. Vanaf de top dalen de renners pijlsnel af om twaalf kilometer later te finishen. De afdaling van de Col de Manse is echter een verraderlijke. In 2004 eindigde hier de succesvolle carrière van Joseba Beloki, die door het smeltende asfalt hard ten val kwam en meerdere breuken op liep. Lance Armstrong ontweek de Spanjaard op een zeer originele manier. The Boss reed rechtdoor en kwam terecht op het naastgelegen weiland. Na een knap stukje veldrijden kwam Armstrong zonder te vallen weer terecht op het asfalt, in de wetenschap dat Beloki achterbleef op het wegdek. De aankomst in Gap wordt verwacht tussen 17:00 en 17:30.

Een winnaar aanwijzen voor een aanvalsrit als deze lijkt zeer moeilijk. Toch lijkt het profiel perfect aan te sluiten op de mogelijkheden van een renner als Tony Gallopin. De Fransman beschikt over een felle demarrage bergop en kan bovendien een knap stukje afdalen. Een etappe als deze zal dan ook zeker met rood zijn omcirkeld door Gallopin. Ook klimmers als Rui Costa, Daniel Martin, Daniel Moreno zullen hun aanvalsdrang ten gehore willen brengen richting de Col de Manse. Costa won in 2013 ook in Gap na zich te sterkste te tonen op dezelfde slotbeklimming. Ook Tom Dumoulin zal namens Nederland zichzelf willen tonen gedurende deze zestiende etappe. In 2013 werd hij zesde achter de zojuist genoemde ex-wereldkampioen. Wie aan aanvallen in de Tour denkt, denkt natuurlijk ook aan Thomas Voeckler. Misschien is de Fransman bereidt om zijn kunsten te vertonen en de overige aanvallers te verrassen in de tocht richting Gap. Ook de explosieve klimmers als Alexis Vuillermoz en Julián Arredondo moeten uit te voeten kunnen in deze rit.


Etappe 17 Digne les Bains Pra Lou

Na de tweede rustdag begint de slotweek met een Alpenrit vol historie. De etappe trekt over de Col d’Allos naar Pra Loup. Op de Col d’Allos zal het tv-publiek getrakteerd worden op prachtige vergezichten. De slotklim naar Pra Loup zal op haar beurt weer een slecht gevoel geven aan Eddy Merckx. Het begin van het einde van zijn carrière werd hier ingeluid. In 1975 werd de alleskunner op de beklimming naar Pra Loup gelost door de latere Tourwinnaar Bernard Thévenet, om hierna nooit meer in de vorm van weleer te raken. Ook Joop Zoetemelk heeft nare herinneringen aan deze slotklim. Terwijl Jopie veilig in het geel reed, werd hij door ploeggenoot Johan van der Velde ten val gebracht op weg naar Pra Loup. Gelukkig voor Zoetemelk en Nederland had dit geen gevolgen voor zijn latere Tourwinst. Op weg naar deze historische slotklim krijgen de renners te maken met twee beklimmingen van de derde categorie en één van de tweede categorie, vooraleer de tussensprint in Beauvezer wordt bereikt. Hierna gaat de berg alsmaar omhoog tot de top van de Col d’Allos, om vervolgens na een zeer technische afdaling de voet van de beklimming naar Pra Loup net voor 17:00 te bereiken.

In het Critérium du Dauphiné van dit jaar werd deze etappe ook al verreden. Romain Bardet bleef het peloton op weg naar Pra Loup voor door op de top van de Col d’Allos aan te vallen en een ruime voorsprong op de bouwen in de afdaling. De beste dalers uit het peloton zullen dit gezien hebben en ruiken hun kansen. Vincenzo Nibali zag dit voor zijn neus gebeuren. De Italiaan reed de beklimming in het wiel van de voltallige ploeg van Chris Froome. Hij zag als geen ander hoe Team Sky afdaalde en heeft dus gezien dat hij veel tijd kan pakken in de technische afdaling. Nibali is gezien zijn daalcapaciteiten de grote favoriet voor deze rit. Natuurlijk zal ook Romain Bardet zijn kunstje willen herhalen. Toch is ook een vroege vlucht zeker niet kansloos om het tot het einde uit te zingen. Vorig jaar hebben we gezien dat Rafal Majka twee etappes won door mee te zitten in de vroege vlucht en vervolgens zijn collega’s bergop te verslaan. In deze etappe zou de Pool zomaar weer eens voor een dagsucces kunnen gaan.


 Etappe 18 Gap Saint Jean de Maurienne

Wie houdt van haarspeldbochten komt volledig aan zijn trekken in de achttiende etappe. In de finale beklimmen de renners de Lacets de Montvernier, een 3,4 kilometer (aan 8,2 procent) lange beklimming (tweede categorie) met maarliefst achttien haarspeldbochten. De top van deze venijnige col ligt op tien kilometer van de streep in Saint-Jean-de-Maurienne. De zwaarste beklimming van de rit is echter die van de Col du Glandon. De Alpenreus is met zijn 21,7 kilometer aan 5,1 procent terecht gekenmerkt als col van de buitencategorie. Het stijgingspercentage van slechts vijf procent lijkt laag, al komt dit door de onregelmatigheid van de klim. Zo gaat de weg af en toe zelfs bergaf, om vervolgens percentages van ruim boven de te tien procent te noteren. Ook de aanloop naar de Glandon is niet mis. Meteen vanuit de start in Gap beklimt het peloton een col van de tweede categorie (Col Bayard). Hierna bedwingen de renners drie beklimmingen van de derde categorie, om vervolgens opnieuw een tweede categorie col te bedwingen. De tussensprint van de dag ligt in Rioupéroux. De finisht van de etappe wordt pas na vijven bereikt.

Deze Alpenrit lijkt geschikt voor klimmende aanvallers. Met een Alpenreus en een korte, maar lastige beklimming in de finale zal de winnaar van deze achttiende etappe over meerdere capaciteiten moeten beschikken. Hij zal goed moeten kunnen klimmen en veel explosiviteit in zijn benen hebben. Rui Costa is een renner die over beide kwaliteiten beschikt en lijkt dus topfavoriet voor deze rit. Ook renners als Daniel Martin, Jakob Fuglsang en Julián Arredondo lijken gevaarlijke klanten voor de winst in Saint-Jean-de-Maurienne. Natuurlijk moet er, zoals in elke etappe waar de weg omhoog loopt, rekening gehouden worden met Thomas Voeckler. Ook hier zal hij zich opnieuw willen laten zien in de vroege ontsnapping. Voor klassementsrenners zal de Lacets de Montvernier ook een heus obstakel vormen. Er kunnen kostbare secondes gewonnen of verloren worden in de slotfase. Van hen lijkt Vincenzo Nibali het best uit de voeten te kunnen op een parcours als deze.


Etappe 19 Seant Jean de Maurienne La Toussuire

Klimmen, klimmen en nog eens klimmen. Dat is het recept van de negentiende etappe. Vanuit de start in Saint-Jean-de-Maurienne gaat de weg direct omhoog richting de top van de Col de Chaussy. Na de afdaling hiervan krijgt het peloton een kleine rustpauze met zo’n dertig vlakke kilometers. Hierin wordt ook gesprint om de tussensprint in Épierre. Vervolgens gaat de weg omhoog via opnieuw de Col du Glandon. Ditmaal wordt de andere kant van de Alpenreus beklommen (de kant waar een dag eerder over werd afgedaald). De top van de Glandon wordt echter niet bereikt, omdat de renners er nog een extra stukje klimmen naar de Col de la Croix de Fer (buitencategorie). Vervolgens dalen zij af naar de voet van de Col du Mollard. Deze beklimming van de tweede categorie vormt het voorspel van wat nog komen gaat; de negentien kilometer lange slotbeklimming naar La Toussuire. Deze bergweg van de eerste categorie werd voor het laatst aangedaan in 2012. Toen won Pierre Rolland in La Toussuire. De slechts 138 kilometer lange rit eindigt omstreeks kwart voor vijf in het Franse skioord.

Aanvallende klimmers en klassementsrijders op achterstand krijgen hier de kans om hun stempel op de wedstrijd te drukken. In 2012 deed Pierre Rolland dit al eens en ook dit jaar lijkt de Fransman een grote kanshebber op de zege in La Toussuire. Zijn aanvalslust in de bergen zou hier wel eens beloond kunnen worden, al zal een renner als Thibaut Pinot ook eens met de handen in de lucht over de streep willen komen. Voor klassementsrenners zal dit ook een belangrijke etappe worden. De vele wegen bergop bieden kansen tot aanvallen, maar de slopende slotklim zal toch echt de sterkste renners doen laten bovendrijven. Renners die voor het bergklassement strijden krijgen in deze etappe de mogelijkheid om veel punten te vergaren. Rafal Majka zou hier zomaar weer eens een doel van kunnen maken. De sterke Poolse klimmer heeft bovendien de kwaliteiten om tevens de etappe te winnen.


Etappe 20 Modane Alpe dHuez

De allerlaatste bergetappe belooft een spetterend slot van de Ronde van Frankrijk op te gaan leveren. De rit, die start in Modane, is slechts 110,5 kilometer lang, maar voert de renners wel over de Col du Télégraphe, de Col du Galibier en naar Alpe d’Huez. Zij het geval dat deze etappe misschien nog op het laatste moment gewijzigd wordt. Zo wordt er onderhoud gepleegd aan de Tunnel du Chambon. Deze tunnel ligt op de weg tussen de Col du Galibier en de Alpe d’Huez. Het onderhoud loopt tut dusver steeds weer uit en het is nog allesbehalve zeker dat de etappe door kan. Is dit niet het geval, dan wordt de route gewijzigd. De finish op Alpe d’Huez is hoogstwaarschijnlijk wel een zekerheid voor de etappe, maar de Col du Galibier zal mogelijk moeten wijken. Mits de etappe gewoon door kan gaan, zullen de renners rond half vijf de finish op Alpe d’Huez bereiken.

De twintigste etappe biedt klassementsrenners de laatste kans om tijd te pakken op hun concurrenten. Zij zullen deze kans dan ook met beide handen aanpakken. Een renner die er als favoriet met kop en schouders bovenuit steekt in deze etappe is Nairo Quintana. De kleine Colombiaan was de laatste jaren steeds de beste renner in de slotweek van een grote ronde. Wanneer dit ook in deze Tour zo is, dan zal Quintana bijna niet te verslaan zijn. Chris Froome, Vincenzo Nibali en Alberto Contador zullen grote moeite hebben om de kleine klimmer te kunnen volgen. Natuurlijk staat de Alpe d’Huez bekent als de Hollandse berg. Om deze status te verzilveren zou het natuurlijk ideaal zijn als er een Nederland wint op deze beklimming. Robert Gesink zou zomaar eens die Nederlander kunnen zijn. De renner die meerdere malen door pech geveld werd, zal hier eens definitief af kunnen rekenen met al zijn tegenslagen.


Etappe 21 Sèvres Paris

De slotrit in de Tour is als een klassieker op zich voor de sprinters. Elke spurter droomt ervan om te zegevieren op de Champs-Élysées. Slechts twee renners uit het huidige peloton kunnen zeggen dat dit hen gelukt is. Zo won Mark Cavendish er vier keer (2009, 2010, 2011, 2012) en won Marcel Kittel er de laatste twee keer (2013, 2014). De etappe naar de straat tussen het Louvre-museum en de Arc de Triomphe loopt normaliter uit in een massasprint, al was dit in 2005 niet het geval. Destijds bleef Alexandre Vinokourov het peloton verrassend voor in de straten van de Franse hoofdstad. Hoewel de finish de laatste tientallen jaren steevast op de Champs-Élysées ligt, kiest de organisatie elk jaar weer voor een andere startplaats van de slotrit. Dit jaar is het de beurt aan Sèvres, van waaruit één beklimming van de vierde categorie wordt aangedaan. Wanneer men de binnenstad van Parijs bereikt, passeert het peloton maarliefst elf maal de finishstreep, waarvan de laatste wordt bereikt na 19:00.

Zoals gezegd lijken alleen de beste sprinters ter wereld hier te winnen. Om Parijs te bereiken moeten sprinters natuurlijk wel de bergen overleven. Of dat Marcel Kittel dit jaar, gezien zijn kwakkelende vorm, gaat lukken is nog onzeker. Mark Cavendish bereikte de finish al meerdere keren en lijkt door zijn ervaring de grote topfavoriet voor een vijfde zege op de Champs-Élysées. Natuurlijk zullen ook de Franse sprinters Nacer Bouhanni, Arnaud Démare en Bryan Coquard hun kunsten willen vertonen in hun hoofdstad. Het herhalen van het kunststukje van Alexandre Vinokourov in 2005 lijkt vrijwel onmogelijk. Mocht iemand hierin kunnen slagen, dan zal dit Fabian Cancellara zijn. De Zwitser in staat om een paar kilometer volle bak voor het peloton uit te rijden. Of hij de kracht heeft om dit te proberen is nog maar onzeker.