titel tourmagazine

Regels

logo rennervisieBen je benieuwd hoe de ranglijsten van Rennervisie tot stand komen? Hieronder staan de regels die van toepassing zijn bij de zoektocht naar de beste renner per discipline.

Wedstrijden

Alle wedstrijden van de categorieën UWT en HC tellen mee in Rennervisie. Hiernaast worden ook de wereldkampioenschappen, Olympysche- en Europese Spelen meegenomen. Ook de nationale kampioenschappen tellen mee in de berekeningen van Rennervisie. Het kan zijn dat een wedstrijd promoveert of degradeert buiten de wedstrijdcategorieën die meetellen in Rennervisie. Daar wordt uiteraard rekening mee gehouden.

Twee kalenderjaren tellen mee

De uitslagen die meetellen in Rennervisie zijn niet gebaseerd op twee seizoenen, maar op twee kalenderjaren. Wanneer bijvoorbeeld de Tour de France in 2016 verreden is, worden de behaalde punten in de Tour van 2014 verwijderd en nemen de bijeengesprokkelde punten van het huidige jaar deze plaats in.

Categorieën

Niet alleen de uitslagen in wedstrijden van de afgelopen jaren tellen mee in Rennervisie. Renners die in ranglijsten komen te staan omdat zij punten hebben gehaald, worden hierna in een categorie geplaatst waar ook weer punten aan verbonden zijn. Dit zijn de categorieën A, B, C, D en E. Wielervisie plaatst de renners in deze categorieën op basis van hun prestaties. Deze categorieën worden weergegeven in de ranglijsten.

Categorie A:

In categorie A worden de drie beste renners van de desbetreffende discipline (volgens Wielervisie) geplaatst. Zo zal bijvoorbeeld Fabian Cancellara in categorie A worden geplaatst bij de discipline kasseien, ondanks dat hij in 2015 geen punten heeft gehaald in kasseikoersen.

Categorie B:

In categorie B worden de volgende zeven beste renners van de desbetreffende discipline (volgens Wielervisie) geplaatst. Anders gezegd houdt dit in dat renners uit categorie B volgens Wielervisie wel bij de top tien van de wereld horen, maar niet bij de ultieme top. Zo zal bijvoorbeeld Nacer Bouhanni geplaatst worden in categorie B bij de discipline sprinten.

Categorie C:

Categorie C is bedoeld voor renners die zeer goed zijn in de desbetreffende discipline, maar niet goed genoeg zijn voor de absolute wereldtop. Voor de meeste renners in deze categorie zal de desbetreffende discipline dan ook hun specialiteit zijn. Zo zullen bijvoorbeeld Mikel Nieve en Wout Poels in categorie C geplaats worden bij de discipline klimmen.

Categorie D:

In categorie D worden renners geplaatst die punten hebben gehaald dankzij hun capaciteiten in de desbetreffende discipline, maar hier niet echt in uitblinken. Dit zijn over het algemeen knechten of aanvallers die zo nu en dan eens punten sprokkelen in wedstrijden die meetellen voor Rennervisie. Zo zullen bijvoorbeeld Julian Alaphilippe en Tim Wellens in de categorie D worden geplaatst in bij de discipline klimmen.

Categorie E:

Categorie E is gereserveerd voor renners die min of meer niet thuishoren in de ranglijst van een bepaalde discipline. Zo heeft Chris Froome tijdens de Tour de France al meerdere malen punten behaald in sprintetappes, terwijl hij totaal geen sprinter is, maar wel van voren zit geplaatst in desbetreffende etappes. In gevallen zoals deze wordt de renner in categorie E geplaatst.

Klassementen

Voor de discipline klassementen tellen alle rittenkoersen mee van WT- en HC-niveau.

Eendagskoersen

Voor de discipline eendagskoersen tellen alle eendagskoersen mee van WT- en HC-niveau. Hiernaast tellen ook de wegritten op nationale- en wereldkampioenschappen mee, net als de Olympische- en Europese wegrit.

Klimmen

Voor de discipline klimmen tellen alle bergritten in etappekoersen mee van WT- en HC-niveau. Er zijn geen eendagskoersen die bestempeld worden als klimkoersen (Luik – Bastenaken – Luik is een heuvelkoers), dus hoeft hier geen rekening mee gehouden te worden. Tijdritten op een beklimming worden ook meegeteld als klimkoers.

Tijdrijden

Voor de discipline tijdrijden tellen alle tijdritten in etappekoersen mee van WT- en HC-niveau. Hiernaast tellen ook de tijdritten op nationale- en wereldkampioenschappen mee, net als de Olympische- en Europese wegrit. Prologen tellen voor een kleiner gedeelte mee. Klimtijdritten tellen niet mee, net als zware heuveltijdritten.

Sprinten

Voor de discipline sprinten tellen alle sprintetappes in etappekoersen mee van WT- en HC-niveau. Hiernaast tellen ook de eendagskoersen met een sprintkarakter (zoals Scheldeprijs) mee. Wedstrijden als Milaan – San Remo tellen niet mee (deze telt mee in de discipline explosief). Een sprintersrit is dus een uiterst vlakke etappe waar vooraf al duidelijk een massasprint wordt verwacht.

Heuvels

Voor de discipline heuvels tellen alle hevelritten in etappekoersen mee van WT- en HC-niveau. Hiernaast tellen ook de eendagskoersen met heuvels (zoals Amstel Gold Race, Waalse Pijl en Luik – Bastenaken – Luik) mee.

Kasseien

Voor de discipline kasseien tellen alle kasseikoersen mee. Ook de etappes op WT- en HC-niveau waar meerdere kasseistroken in zijn opgenomen (zoals in de Tour de France), tellen mee.

Explosief

Voor de discipline explosief tellen alle ritten mee van WT- en HC-niveau met een explosief karakter. Dit zijn over het algemeen lichte heuvelritten waar een kleine groep tot sprinten komt, of een rit met een explosieve finish op een hellende aankomststrook. Eendagskoersen als Milaan – San Remo en de wegwedstrijd van het WK 2015 in Richmond tellen ook mee in deze discipline.

Verschil tussen sprinten, explosief en heuvels

Het verschil tussen sprinten en explosief is net als het verschil tussen explosief en heuvels soms erg moeilijk te meten. Om een rit in één van deze disciplines te plaatsen wordt gekeken naar het profiel. Wanneer dit niet genoeg informatie oplevert wordt er gekeken naar het koersverloop.

Thema door Anders Norén