Klik op de etappe en scrol naar beneden

Etappe 1 Dusseldorf

Düsseldorf is in deze editie van de Tour de France het toneel van Le Grand Départ. In de hoofdstad van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen wordt de Tour afgetrapt met een individuele tijdrit van veertien kilometer over een vlak parcours.

Vanuit de start rijden de renners over de Rotterdammer Straße langs de oevers van de Rijn. Na ruim vier kilometer steken zij de rivier over via de Oberkasseler-brug om via de Rheinknie-brug terug te keren richting de binnenstad. Aan het einde van deze brug passeren de renners de ruim 240 meter hoge Rheinturm, een indrukwekkend en opvallend bouwwerk dat dienstdoet als zendmast en toeristenattractie. De renners zullen hier weinig oog voor hebben, aangezien zij zo snel mogelijk het binnenste centrum van Düsseldorf willen bereiken. Daar aangekomen trekken zij door de winkelstraat Königsalle. Vervolgens keren de renners terug aan de Rijn, om opnieuw via de Rotterdammer Straße op de finish af te stevenen.

Voor de pure hard- en tijdrijders is het parcours in Düsseldorf er een om van te smullen. Er zitten relatief weinig bochten in deze rit tegen de klok en ook hoogtemeters zijn er, op de twee bruggen na, nauwelijks. De relatief korte afstand van deze chronorace spreekt ook in het voordeel van de proloogspecialisten, al is deze tocht door de Duitse stad misschien toch nog net iets te lang voor hen.

favorieten etappe 1

Etappe 2 Liège

Na een nacht vertoeven in Düsseldorf beginnen de renners er in de tweede etappe aan een tocht richting België, waar de finish licht getrokken in Luik. In het verleden werd hier al twee keer Tourproloog gereden met Cancellara die er beide keren met de winst vandoor ging (2004 en 2012). Gezien het parcours zullen de sprinters dit jaar uit gaan maken wie er in Luik zegeviert.

Al na zes kilometer fietsen, even buiten Düsseldorf, wordt er voor het eerst geklommen in deze Tour de France. De streep bovenop de Grafenberg biedt renners de kans om het eerste bergpuntje binnen te hengelen. Na deze anderhalf kilometer lange helling aan 4,5% maken de renners nog een klein ommetje door Düsseldorf om de Duitse stad vervolgens definitief te verlaten. Na ruim tachtig kilometer fietsen wordt Mönchengladbach bereikt, waar de tussensprint ligt getrokken. Vervolgens zet men koers richting de Duits-Belgische grens. Om daar te geraken rijdt het peloton door Aachen heen, om net buiten deze stad België binnen te rijden. Via het ietwat hoger gelegen Hendrik-Kappelle, van waaruit men een prachtig zicht heeft over de Ardennen, zetten de renners koers richting de tweede en laatste helling van de dag; de Côte d’Olne. Deze 1,3 kilometer lange beklimming van de vierde categorie ligt op ruim twintig vlakke kilometers van de eindstreep in Luik.

Met de top van de Grafenberg na slechts zes kilometer fietsen lijkt de openingsfase van deze etappe hectisch te gaan worden. Een groot aantal renners zal geïnteresseerd zijn in het eerste bergpunt. Vermoedelijk zal na deze helling dan ook een kopgroep worden gevormd. Wanneer deze lang genoeg standhoudt, zullen deze renners op de Côte d’Olne voor het tweede bergpunt gaan strijden en daarmee uitmaken wie de eerste bergtrui mag gaan dragen. Na deze laatste beklimming van de dag rest het peloton nog twintig kilometer tot de finish, waarin de sprintersploegen genoeg tijd lijken te hebben om hun treintjes op de rails te krijgen. De beste sprinters ter wereld zullen vervolgens hun rappe benen laten spreken in de straten van Luik.

favorieten etappe 2

Etappe 3 Longwy

Op deze derde dag van de Ronde van Frankrijk zullen de renners maar liefst drie landen bezoeken. Allereerst is daar de Belgische start in Verviers. Het grootste gedeelte van deze etappe voert de renners door Luxemburg, terwijl de finish ligt in Frankrijk. In Longwy welteverstaan, waar geklommen moet worden om de finish te bereiken.

Na de start in Verviers wordt het al snel klimmen geblazen voor het peloton. Al snel bereiken de renners de Côte de Sart, een beklimming van de vierde categorie waarvan de top wordt bereikt na achttien kilometer fietsen. Via Stavelot zet men koers richting Luxemburg, waar al snel over de grens de tussensprint in Wincrange wordt bereikt. Hierna moet er al snel weer geklommen worden. Zo staan de Côte de Wiltz (4e categorie) en de Côte d’Eschdorf (3e categorie) op het menu voor het middengedeelte van deze etappe. Via een iets gemakkelijker deel rijden de renners richting Esch-sur-Alzette, waar de grens naar Frankrijk gepasseerd wordt. Hierna volgen er nog twee beklimmingen; de Côte de Villers-la-Montagne van de vierde categorie en de slotklim naar Longwy van de derde categorie.

Tussen de top van de voorlaatste beklimming en de voet van de slotklim liggen nog zo’n veertien kilometer, wat genoeg moet zijn om de explosieve heuvelspecialisten voorin af te zetten. Via de 1,6 kilometer lange beklimming van de Côte des Religieuses aan 5,8% wordt de finish bereikt. Het eerste gedeelte van deze helling is het zwaarst, met daarin een korte strook van maar liefst 11%. De eerder genoemde explosieve renners zullen hier hun zinnen op gezet hebben, aangezien zij in Longwy een van de weinige kansen zien om zich te onderscheiden.

favorieten etappe 3

Etappe 4 Vittel

Waar in de derde etappe Luxemburg werd doorkruist, gaat de vierde etappe weer van start uit het Groothertogdom. Vanuit Mondorf-les-Bains wordt de grens naar Frankrijk gepasseerd in Schengen, dat natuurlijk vooral bekend staat om het Verdrag van Schengen. Deze vlakke etappe eindigt na ruim 207 kilometer in Vittel.

Na slechts 7,5 kilometer fietsen verlaten de renners Luxemburg via Schengen. Zij kunnen deze grens feilloos en zonder paspoortcontrole passeren dankzij het Verdrag van datzelfde Schengen, welke een overeenkomst tussen een aantal Europese landen betreft waarmee personen van vrij verkeer tussen deze landen gebruik kunnen maken. Na het passeren van deze grens trekt het peloton zuidwaarts om langs handelsstad Metz op te fietsen. Zonder grote hoogteverschillen zet men verder koers richting het zuiden. Toch schuilt er op het parcours langs de rivier de Moezel het nodige gevaar in de vorm van wind, welke zomaar het peloton in stukken kan scheuren. Na een kleine 160 kilometer fietsen wordt uiteindelijk de tussensprint in Goviller bereikt, om kort daarna de Col des Trois Fontaines te gaan beklimmen. Na de top hiervan rest het peloton nog een kleine veertig kilometer tot de finish in Vittel.

Mocht de wind inderdaad van zich laten horen en zien in het biljart vlakke middengedeelte van deze etappe, dan mogen de liefhebbers op het nodige spektakel rekenen. Mocht dit niet het geval zijn, is het nog altijd niet zeker dat we dezelfde renners als in de eerste sprintersrit van deze Tour aan het werk zullen gaan zien. De laatste kilometers zijn namelijk niet volledig vlak, wat het voorbereiden van een sprint tot een chaos kan maken. Daarnaast loopt de laatste kilometer ook nog eens zeer licht

favorieten etappe 4

Etappe 5 La Planche des Belles Filles

Waar men normaal gesproken enige tijd moet wachten op de eerste serieuze aankomst bergop, ligt deze in de huidige Tour de France al op dag vijf. Na een relatief korte etappe van ruim 160 kilometer komen de renners namelijk aan op de top van La Planche des Belles Filles, waar de klassementsrenners elkaar serieus zullen uitdagen.

Vanuit Vittel, de finishplaats van gisteren, starten de renners in deze vijfde etappe voor een rit richting het eerste gebergte van deze Tour de France; de Vogezen. Pas na de tussensprint in Faucogney, na ruim honderd kilometer fietsen, bereiken de renners de eerste hindernis. De 2,3 kilometer lange en vrij pittige Côte d’Esmoulières biedt de klassementsrenners de kans om hun klimmersbenen op te warmen. Na het bereiken van de top blijft de weg verraderlijk oplopen tot op een kleine veertig kilometer van de streep. Hierna gaat de koers in sneltreinvaart richting de aankomst op La Planche des Belles Filles. Vooraleer de voet van deze slotklim wordt bereikt, zullen de renners al de nodige hoogtemeters moeten overwinnen. Na een korte afdaling en een stuk vals plat start op zes kilometer van de streep dan eindelijk de klim naar La Planche des Belles Filles. Ondanks de relatief korte afstand, wordt deze helling toch in de eerste categorie geplaatst. Dat komt vooral door het gemiddelde stijgingspercentage van 8,5%, met de laatste honderden meters als hoogtepunt met een stijging van maar liefst 20%.

Hoewel er genoeg renners voor de aanval willen kiezen in deze etappe, lijken hun kansen niet al te groot. De onderlinge verhoudingen zijn nog niet bekend en door de relatief korte totaalafstand zullen genoeg klassementsploegen de jacht op de vluchters vroeg in willen zetten. Op de slotklim zelf kan men vervolgens vuurwerk verwachten, wat ook blijkt uit het verleden. De Planche des Belles Filles werd twee keer eerder aangedaan in de Tour. In 2012 won Chris Froome er nadat hij zijn kopman Bradley Wiggins op sleeptouw nam, terwijl twee jaar later Vincenzo Nibali, de latere eindwinnaar van die Tour, er zegevierde. Wie dit jaar wint op deze steile slotklim is nog maar de vraag, maar dat de klassementsrenners hier de dienst uit gaan maken lijkt alvast een zekerheid.

favorieten etappe 5

Etappe 6 Troyes

Nadat de klassementsrenners zich in de vijfde etappe voor het eerst lieten zien, mogen de sprinters en hun knechten weer aan de gang in rit zes. Vanuit Vesoul trekken de renners richting finishplaats Troyes. En dat over een parcours dat zich perfect leent voor een massasprint.

Deze tocht van Vesoul naar Troyes kent slechts twee hindernissen van de vierde categorie. Na 69 kilometer bereiken de renners op de Côte de Langres de eerste top. De tweede helling, de Côte de la Colline Sainte-Germaine, wordt zo’n 85 kilometer later beklommen. Twintigduizend meter daarvoor passeert het peloton het kleine Colombey-les-Deux-Églises, de woonplaats van Charles de Gaulle, de voormalig-president van Frankrijk die tijdens de Tweede Wereldoorlog de Franse regering leidde. In de plaats waar De Gaulle overigens ook overleed ligt de tussensprint van deze etappe getrokken. Eenmaal voorbij de hellingen en de tussensprint rest het peloton nog ruim zestig kilometer tot de finish in Troyes, de hoofdstad van het departement Aube.

Aangezien de hindernissen in deze etappe verre van moeilijk zijn voor de Tourdeelnemers, lijkt de kans op een massasprint bijzonder groot in deze zesde rit. Ook de vlakke laatste zestig kilometer zijn niet in het voordeel van de aanvallers. Hierdoor zullen de snelste renners hoogstwaarschijnlijk de strijd met elkaar aangaan in een massasprint in de binnenstad van Troyes.

favorieten etappe 6

Etappe 7 Nuits Saint Georges

Voor de tweede dag op rij krijgen de renners een vlakke etappe voor de kiezen. In deze 213 kilometer lange etappe wordt er slechts één helling van de vierde categorie aangedaan. Toch schuilt er een groot gevaar in deze rit, voor zowel de sprinters als de klassementsrenners. In de laatste veertig kilometer is de kans op zijwind en daarmee waaiervorming namelijk bijzonder hoog.

In deze zevende etappe wordt er gestart vanuit Troyes, de finishplaats van een dag eerder. In zuid-oostelijke richting door de Bourgogne in de richting van Dijon. Na 108 kilometer wordt de tussensprint in Chanceaux bereikt, waarna het peloton afstevent op de enige beklimming van de dag: de Côte d’Urcy, eentje van de vierde categorie waarvan de top wordt bereikt na 147,5 kilometer. Hierna trekken de renners door de wijngaarden van de Bourgogne, wat ongetwijfeld prachtige televisie gaat opleveren. Deze streek staat overigens sinds 2015 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Wat volgt is een lus van veertig kilometer door de vallei van de Seine, waar de wind een grote rol kan gaan spelen in de aanloop naar de finish enkele tientallen kilometers ten zuiden van Dijon, in Nuits-Saint-Georges.

In het eerste gedeelte van deze etappe zullen de aanvallers proberen een zo groot mogelijke voorsprong te bemachtigen, aangezien het tempo van het peloton in de laatste vijftig kilometer hoogstwaarschijnlijk bijzonder hoog zal liggen. Alleen al de kans op waaiers zal ervoor zorgen dat de ploegen van de klassementsrenners hun kopman van voren willen houden. Indien het pak daadwerkelijk door waaiers uiteen getrokken wordt, is het zaak om gefocust te blijven. Zowel sprinters als de favorieten voor het geel zullen in sneltreinvaart richting Nuits-Saint-Georges trekken, waar een reguliere massasprint allerminst zeker is.

favorieten etappe 7

Etappe 8 Station des Rousses

Na twee vlakke ritten wordt er in deze etappe weer geklommen. Met het Jura-gebergte zijn we in het tweede van de in totaal vijf bergketens aangekomen. De finish ligt op een plateau nabij Station des Rousses, wat bereikt wordt na een lange beklimming. Aanvallers zullen hun kansen ruiken.  

De start van deze achtste etappe vindt plaats in Dole, iets ten oosten van de finishplaats van een dag eerder. Na dertig kilometer fietsen begint de weg al bergop te lopen, al ligt de eerst gecategoriseerde beklimming pas veel verderop. Niet veel later bereikt het peloton de tussensprint in Montrond, waarna de weg alsmaar op en af loopt tot aan de eerste beklimming. Na 95 kilometer wordt er aan de Col de la Joux begonnen. Na de top van deze col van de derde categorie dalen de renners af richting de voet van de volgende beklimming: de Côte de Viry. Deze helling van de tweede categorie kent een stijgingspercentage van ruim 5% over 7,6 kilometer. Hierna volgt een trip richting de voet van de laatste beklimming over voornamelijk dalende wegen. De voet van de Montée de la Combe de Laisia Les Molunes wordt bereikt op zo’n 23 kilometer van de aankomst. Deze pukkel van de eerste categorie is ruim elf kilometer. Wat volgt is een glooiend stuk van twaalf kilometer richting de finish, met van kilometer zes tot vijf van de aankomst nog een kilometer die omhoog loopt tegen 6%.

De kanshebbers voor deze etappe zullen we waarschijnlijk moeten zoeken tussen de aanvallend ingestelde renners. Het parcours leent zich namelijk perfect voor een geslaagde vluchtpoging vanaf het begin van de etappe. In de voorbije jaren schoot het peloton in soortgelijke ritten pas in de aanloop naar de laatste beklimming in vaart, waardoor de vluchters al voldoende voorsprong hebben om voor de etappe te strijden. Toch zal de winnaar een behoorlijk eindje moeten kunnen klimmen, aangezien de beklimming van de Combe de Laisa elf kilometer lang is aan een gemiddeld stijgingspercentage van ruim 6%.

favorieten etappe 8

Etappe 9 Chambery

Op deze zondag staat de zwaarste Touretappe sinds jaren op het programma. Er worden maar liefst zeven beklimmingen aangedaan over 181,5 kilometer, waarvan er drie van de buitencategorie zijn. De laatste hiervan is de Mont du Chat, waarop een ware slijtageslag plaats zal gaan vinden.

Al direct vanuit de start in Nantua wordt er flink geklommen. Na 3,5 kilometer wordt de top van de Côte des Neyrolles bereikt, waarna men even later verder omhoog fietst naar de top van de Col de Bérentin. Deze hellingen van de tweede en de derde categorie zullen nog enkel het voorspel vormen voor wat volgt. Na een afdaling wordt er nog een korte helling van de derde categorie aangedaan, waarna de renners al snel overgaan op het serieuze werk. Na 56 kilometer fietsen starten de renners aan de beklimming van de Col de la Biche, een bijzonder zware col van 10,5 kilometer aan 9%. Eenmaal de top bereikt ligt er na slechts vijftien dalende kilometers een nieuwe reus op de renners te wachten. Na 82 kilometer beginnen zij namelijk aan de beklimming van de Grand Colombier, een beklimming die voor het derde jaar op rij opgenomen is in het Tourparcours. Dit jaar wordt deze col voor het eerst via de zwaarst mogelijke kant betwist. Deze is 8,5 kilometer lang en gaat omhoog in net geen 10% gemiddeld. De zwaarste percentages liggen halverwege. Hier gaan de renners over wegen die aan maar liefst 22% oplopen.

De top van de Grand Colombier wordt bereikt op 90 kilometer van de eindstreep in Chambèry. Daarvan zijn de eerste 14 in dalende lijn, waarna er een korte tocht door het dal volgt richting de tussensprint in Massignieu-de-Rives. Hierna krijgen de renners een pukkel van de vierde categorie te verwerken als opwarmertje voor wat nog komen gaat, voor zover dat nog nodig is. Na een korte afdaling loopt de weg al stevig omhoog vooraleer de voet van de Mont du Chat wordt bereikt. Deze angstaanjagende beklimming is bijna negen kilometer lang en kent een gemiddelde stijging van boven de 10%. De steilste stroken gaan omhoog tegen zo’n 15%. Wanneer de top van deze loeizware weg door het bos wordt bereikt, rest de renners nog een afdaling van zo’n acht kilometer, waarna er nog een kleine veertien kilometers volgen richting Chambèry. Dit laatste gedeelte van de etappe gaat over overwegend vlakke wegen.

Het is lastig te voorspellen hoeveel kansen de vluchters hebben in deze loodzware bergrit. Het zou zomaar kunnen dat de toppers en hun ploegen met zo min mogelijk inspanning de voet van de Mont du Chat bereiken. Anderzijds zou het ook zomaar kunnen dat een ploeg of een klassementsrenner de koers doet openbreken op één van de twee eerdere Jura-reuzen, of zelfs vanuit de start. Wat dan wel weer zeker is, is dat de winnaar van deze etappe over een paar uitstekende klimmersbenen moet beschikken, al kan ook de afdaling van de Mont du Chat een belangrijke rol gaan spelen.

favorieten etappe 9

Etappe 10 Bergerac

Na de rustdag van maandag en het spektakel in het Jura-gebergte wordt de Tour hervat met een rit van Périgueux naar Bergerac. Het betreft hier geen tijdrit, zoals dat wel was in 2012, maar een vlakke etappe met twee hindernissen in de vorm van beklimmingen. Voer voor de sprinters dus.

Waar de afstand hemelsbreed tussen Perigueux en Bergerac 40 kilometer bedraagt, maken de renners vandaag een tocht van 178 kilometer tussen de beide steden in de Dordogne. Na 100 kilometer ligt met de Côte de Domme van de vierde categorie de eerste hindernis van deze tiende etappe. Hierna komen de renners langs de rivier de Dordogne op te fietsen, waar zij in het vervolg van de etappe bijna niet meer van af zullen wijken. Aan de Dordogne ligt onder meer Saint-Cyprien, de plaats waar de streep van de tussensprint is getrokken. Op veertig kilometer van de eindstreep wijken de renners even af van de oevers van de rivier om een pukkel van de vierde categorie te overwinnen. Hierna volgen er enkel nog vlakke kilometers richting de finish in Bergerac.

Gezien het vlakke parcours van deze etappe en het feit dat de ploegen en dag rust hebben gehad zullen zij alles op alles zetten om een massasprint voor te bereiden. De twee beklimmingen van de vierde categorie liggen de sprintersploegen dan ook niet in de weg om hun werk te doen. De kans is dus zeer groot dat de beste sprinters ter wereld zich mengen om de strijd om etappewinst in Bergerac.

favorieten etappe 10 EN 11

Etappe 11 pAU

Met de Pyreneeën in zicht maken de sprintersploegen zich op voor de voorlopig laatste kans voor hun rappe mannen. In deze elfde etappe van Eymet naar Pau lijkt hen dan ook niets in de weg te liggen om een massasprint op poten te zetten.  

Vanuit de start in Eymet wordt deze etappe vrijwel geheel over vlakke wegen verreden. Na ruim 100 kilometer komt het peloton aan in Labastide- d’Armagnac, waar de Notre-Dame des Cyclistes wordt gepasseerd. In deze kapel hangen shirts van onder meer wielerlegendes als Eddy Merckx, Bernard Hinault, Jacques Anquetil, André Darrigade en Tom Simpson. In 1959 werd deze kapel omgetoverd tot een nationaal monument voor de wielersport, nadat de toenmalige Paus daar toestemming voor gaf. Na het passeren van dit monument zetten de renners koers richting de tussensprint in Aire Sur- l’Adour. Niet ver daar vandaan volgt de enige hindernis van de dag: de Côte d’Aire-sur l’Adour, een korte helling van de vierde categorie, welke op een kleine 60 kilometer van de aankomst ligt. Hierna loopt de weg lichtjes omhoog over een lengte van 45 kilometer, om vervolgens het laatste vijftien kilometers over vlakke en dalende wegen te betwisten.

In deze elfde etappe lijken de sprinters nog één keer te kunnen vlammen, vooraleer zij zichzelf de bergen op moeten slepen. Pas in de zestiende rit krijgen zij weer een kans. Daarom zullen hun ploegen in deze etappe alles op alles zetten om de vluchters vroegtijdig bij te halen en zodoende een massasprint op poten te zetten. Aangezien deze etappe naar Pau slechts één gecategoriseerde helling kent, zullen de beste sprinters er nog allemaal bij zijn in deze stad om het tegen elkaar op te nemen.

favorieten etappe 10 EN 11

Etappe 12 Peyragudes

Na een paar vlakke etappes is het vandaag weer de hoogste tijd om de beste klimmers ter wereld aan het werk te zien. In deze eerste Pyreneeënrit krijgen zij een lange rit vol zware beklimmingen voor de kiezen, waarna er ook nog eens bergop gefinisht wordt. Een sleuteletappe dus.

 

Vanuit de start in Pau blijft het nog lang rustig qua beklimmingen. Pas na het passeren van Tournay – vijftig kilometer na de start – loopt de weg voor het eerst serieus omhoog. Veertien kilometer later wordt de top van de Côte de Capvern bereikt. Hierna volgt een tocht richting Loures-Barousse, waar de tussensprint ligt, waarna het serieuze klimwerk van deze etappe kan beginnen. Allereerst is daar de Col des Ares, een korte beklimming van de tweede categorie. Eenmaal de top bereikt, dalen de renners af richting de voet van de volgende beklimming: de Col de Menté. Deze is al een stuk lastiger, met een lengte van 7 kilometer en een gemiddelde stijging van ruim 8%. Het is dan ook meer dan logisch dat deze beklimming wordt bestempeld met de eerste categorie.

Na de top van de Menté volgt een razendsnelle trip richting de voet van de Port de Balès, de enige beklimming van de buitencategorie in de Pyreneeën dit jaar. Deze reus is bijna 12 kilometer lang en loopt omhoog tegen bijna  8%. Eenmaal de top bereikt, resten er nog zo’n dertigduizend meter tot de aankomst. De lange afdaling van de Balès voert de renners direct naar de voet van de Col de Peyresourde, een zeer bekende col in de Tour. Van hieruit wordt er voor bijna 10 kilometer lang geklommen aan een gemiddeld stijgingspercentage van bijna 8%. Na een kleine 210 kilometer fietsen wordt de top van de Peyresourde dan eindelijk bereikt. Maar dan zijn we er nog niet. Na een korte afdaling van zo’n twee kilometer klimmen we in de laatste 2,4 kilometer naar het vliegveld van Peyragudes. Gemiddeld loopt deze slotklim van de tweede categorie omhoog tegen bijna 8,5%, maar het zijn vooral de laatste 200 meter die het tot een verschrikking maken. Op het enige vliegveld van de Pyreneeën lopen deze laatste meters namelijk tegen zo’n 16% omhoog.

Wie deze etappe wil winnen moet over hele goede benen beschikken. De lengte van ruim 210 kilometer en de vele klimkilometers maken deze rit tot een verschrikking. Of de winst voortkomt uit een vlucht of uit een strijd tussen de Tourfavorieten is moeilijk te voorspellen. De belangrijkste rol hierin spelen de ploegen van de klassementsrenners. Zijn zij bereidt om de vluchters op korte afstand te houden vooraleer de slotbeklimmingen zich aandoen? Of zorgt de lengte van de etappe ervoor dat deze ploegen het rustig aan doen in het eerste deel van de etappe? Dat laatste lijkt zeer waarschijnlijk, aangezien de vluchters in lange bergetappes de laatste jaren vaak vooruit bleven. Daarom lijkt dit voor de rittenkapers een uitgelezen kans om een etappezege te pakken in de Pyreneeën.

favorieten etappe 12

Etappe 13 Foix

Korte bergetappes staan de laatste jaren garant voor spektakel vanaf de eerste kilometer. De Tour-organisatie wil dit spektakel terugzien in deze editie van de Ronde van Frankrijk en heeft daarom van de tweede Pyreneeënrit een koers uitgestippeld van slechts 101 kilometer over drie zware beklimmingen. Spektakel gegarandeerd!

Vanuit startplaats Saint-Girons duurt het even voordat de eerste beklimming wordt bereikt. In deze 25 kilometers richting de voet van de Col de Latrape ligt in Seix de tussensprint van vandaag. Hierna zetten de renners dus koers richting de drie Pyreneeëncols van vandaag. Allereerst wordt dus de Latrape aangedaan, een 5,6 kilometer lange beklimming van de eerste categorie. Na de afdaling hiervan volgt direct de Col d’Agnes, een lastige col van de eerste categorie, die met zijn lengte van 10 kilometer en gemiddelde stijging van ruim 8% voor de nodige  stress in het peloton zal zorgen. De top hiervan wordt bereikt op 55 kilometer van de aankomst. Hierna volgt een redelijk lange afdaling richting Massat, van waaruit de laatste hindernis van de dag wordt beklommen. De Mur de Péguère staat namelijk ingepland voor deze etappe. In het eerste zes kilometer van deze 9,3 lange beklimming komen de percentages nog niet boven de 7% uit, maar de laatste drie kilometers zijn ontiegelijk zwaar. Achtereenvolgens 13%, 12,6% en 11% krijgen de renners te verwerken in deze laatste klimkilometers van deze etappe, met enkele stroken van maar liefst 16% en 18% erin verwerkt, waarmee de naam Mur zeer toepasselijk is. De top van deze muur wordt bereikt op 27 dalende kilometers van finishplaats Foix.

Zoals gezegd: spektakel gegarandeerd in deze etappe. Te beginnen met de tussensprint na ruim 13 kilometer, waar de sprinters eens de kans krijgen om de volle buit te pakken onderweg. Dat terwijl het aanvallen zal regenen vooraan het peloton. De kans is dus groot dat het niet stilvalt totdat de eerste helling zich aandoet. De kans is vervolgens groot dat er enkele klassementsrenners de Tour op z’n kop willen gooien op de eerste twee beklimmingen, zoals dat al vaker gebeurde in korte bergetappes in andere grote rondes. Op de steile stroken van de Mur de Péguère zal het veld definitief uiteengeslagen worden. Wie deze etappe gaat winnen is moeilijk te voorspellen, maar met verdedigend koersen ga je het vast en zeker niet redden.

favorieten etappe 13

Etappe 14 Rodez

Het voorlaatste weekend van de Tour de France begint met de enige echte kans voor de punchers in deze ronde. Na een parcours over enkele beklimmingen eindigt de etappe namelijk op een 500 meter lange helling in Rodez. Dat gebeurde twee jaar geleden ook, toen Greg Van Avermaet zegevierde.

Vanuit startplaats Blagnac, dat onderdeel is van de grote stad Toulouse, beginnen de renners op een hoogte van 136 meter boven zeeniveau aan deze veertiende etappe. De finish in Rodez ligt op 563 meter hoogte. Dat betekent dat er de nodige hoogtemeters overbrugt zullen worden. In het eerste gedeelte van deze etappe gebeurt dat niet of nauwelijks, waardoor er een vlakke aanloop is richting de tussensprint in Rabastens. Na 80 kilometer begint de weg ietwat op te lopen. De top van de eerste gecategoriseerde helling ligt echter pas op 131 kilometer van de start. De Côte du viaduc du Viaur is er een van de derde categorie en loopt over 2,3 kilometer omhoog tegen 7% gemiddeld. De tweede helling ligt zo’n veertien kilometer verderop. Daar wordt de Côte de Centrès van de derde categorie beklommen. Deze Côte is net zo lang als zijn voorganger, maar is iets steiler. Van hieruit moeten de renners nog een kleine veertig kilometer tot aan de finish overbruggen. In Rodez eindigt deze etappe vervolgens op de Côte de Saint-Pierre.

Deze slothelling vormt de sleutel tot het etappeverloop. Dit is namelijk de enige dag waar een etappe eindigt op een oplopende strook, waardoor de ploegen van de beste punchers de vluchters vast en zeker binnen schootsafstand willen houden. De explosievellingen zullen zich vervolgens laten lanceren om de Côte de Saint-Pierre op te knallen. Deze helling is ruim 500 meter lang en loopt omhoog tegen bijna 10%.

favorieten etappe 14

Etappe 15 Le Puy en Velay

Op de voorlaatste zondag van deze Tour de France krijgen de renners een zeer interessant parcours voorgeschoteld. Het peloton wordt door het Centraal Massief gestuurd, het vierde gebergte in deze ronde. Hier krijgen zij een uitdagend parcours voorgeschoteld, waar aanvallers hun neus voor op zullen halen, maar waar ook de klassementsrenners attent moeten zijn.

Al na zo’n achttien kilometer fietsen worden de renners een beklimming van de eerste categorie opgestuurd. De Montée de Naves d’Aubrac is de eerste van twee cols van deze op een-na-hoogste categorie. Na deze negen kilometer lange beklimming volgt al snel een nieuwe helling: de Côte de Vieurals, eentje van de derde categorie waarvan de top na 43,5 kilometer wordt bereikt. Hierna zullen de renners een lang tussenstuk moeten overbruggen waarin niet geklommen wordt. Aan het eind van dit tussenstuk, na een totale afstand van 96 kilometer, bevindt zich de tussensprint van vandaag. Deze ligt in Saint-Alban, van waaruit geklommen wordt naar L’Hospitalet du Sauvage, een niet-gecategoriseerde helling. Hierna rijden de renners over een plateau, door het plaatsje Saugues, om vervolgens een flinke afdaling te nemen.

Wanneer de renners vervolgens Prades bereiken, volgt het hoogtepunt van deze etappe: de Col de Peyra Taillade. Op 41 kilometer van de finish in Le Puy-en-Velay starten de renners aan deze zeer lastige beklimming van de eerste categorie. Over een lengte van 8,3 kilometer gaan de renners tegen gemiddeld 7,4% omhoog. De vijfde en de zesde kilometer zijn veruit de lastigste, met gemiddeldes van 9,8 en 12,1 procent, met uitschieters van maximaal 14%. Op de top van de Peyra Taillade rest er nog zo’n 31 kilometers tot de finish. Het eerste gedeelte hiervan gaat over een afdaling, totdat de renners op vijftien kilometer van de meet de Côte de Saint-Vidal van de vierde categorie moeten beklimmen. Wat volgt is een afdaling tot op de finish, met nog een klein knikje tussen de zesde en vijfde kilometer voor de aankomst.

Deze etappe lijkt op papier geschikt voor de aanvallers, die wel vaker vrijuit gaan in etappes door het middengebergte. Toch zou het ditmaal zomaar anders kunnen zijn. Dat is dan vooral vanwege het feit dat de eerste zware beklimming van de dag al heel snel bereikt wordt. Dit zou voor moedige klassementsrenners zomaar een moment kunnen zijn waarop zij de boel op stelten willen zetten. Wanneer dat ook daadwerkelijk gebeurt, kan dit zomaar eens een heel spectaculaire etappe gaan worden.

favorieten etappe 15

Etappe 16 Romans sur Isère

Na de laatste rustdag van deze Tour de France krijgen de sprinters hun voorlaatste kans in Romans-sur-Isère. De rit start in het hoger gelegen Le-Puy-en-Velay, wat inhoudt dat de renners een flinke daling in zullen zetten om de finishplaats te bereiken. Eenmaal op het niveau van Romans-sur-Isère volgt er nog een flinke lus door de Rhône-vallei, waar de wind zomaar een belangrijke rol kan vervullen.

Hoewel Le-Puy-en-Velay een stuk hoger ligt dan de finishplaats, wordt er in de eerste 20 kilometer flink geklommen. De eerste kilometers gaan vals plat omhoog, totdat het steeds iets steiler wordt. Na 20,5 kilometer fietsen wordt dan uiteindelijk de top van de Côte de Boussoulet van de derde categorie bereikt. Hierna blijft de weg voor lange tijd op en af lopen, totdat na 62 kilometer de beklimming van de Col du Rouvey begint. Eenmaal op de top van deze helling van de vierde categorie zetten de renners een flinke afdaling in richting de Rhône-vallei. In deze vallei ligt vervolgens op 44 kilometer van de aankomst de tussensprint in Chantemerle-les-Bles. De finale van deze etappe wordt vervolgens over vlakke wegen verreden.

Hoewel dit de voorlaatste kans van de sprinters is, is het allesbehalve een zekerheid dat dit een reguliere massasprint gaat worden. De redelijk zware eerste 20 kilometers zullen ervoor zorgen dat een aantal spurters al in moeilijkheden zal raken. Ook de laatste 50 kilometer door de Rhône-vallei kunnen voor de nodige opschudding zorgen. De wind kan hier namelijk zomaar opspelen, wat ervoor zorgt dat het peloton in waaiers uit elkaar gescheurd wordt. Klassementsrenners die denken dat zij een rustige dag tegemoet gaan kunnen dus bedrogen uitkomen.

favorieten etappe 16

Etappe 17 Serre Chevalier

In deze zeventiende etappe trekken de renners door het hooggebergte van de Alpen, het laatste berggebied van deze Tour de France. De rit start in La Mure en eindigt in Serre Chevalier. Om in de finishplaats terecht te komen trekken de renners over de mythische Col du Galibier. Een rit voor de echte klimmers dus.

Al na 25 kilometer fietsen wordt de eerste van vier Alpencols betwist. De Col d’Ornon van de tweede categorie is de eerste van deze vier. Met een lengte van 5 kilometer en een gemiddelde van 6,7% kan dit, in vergelijking met de reuzen die volgen, slechts een opwarmertje worden genoemd. Toch ligt deze Col d’Ornon de sprinters in deze Tour in de weg, aangezien de tussensprint van vandaag in het dal na deze beklimming ligt. Vlak na de tussensprint worden de renners de Col de la Croix de Fer opgestuurd. Deze beklimming van de buitencategorie is maar liefst 24 kilometer lang. Het gemiddelde van deze reus is met 5,2% vrij laag. De reden hiervan zijn de twee korte afdalingen op een derde en twee derde van de beklimming. Wanneer de renners de top van deze Alpenreus bereiken, is het nog ruim 105 kilometer tot de finish.

Na de afdaling van de Croix de Fer rijden de renners door het dal via Saint-Jean-de-Maurienne naar Saint-Michel-de-Maurienne. Op 64 kilometer van de aankomst start daar de beklimming van de Col du Télégraphe. Deze beklimming van de eerste categorie wordt doorgaans in een mond met de Col du Galibier genoemd, aangezien er tussen de top van de Télégraphe en de voet van de Galibier slechts 4,5 kilometer te fietsen is. De cijfers van deze beklimming liegen er echter niet om. De Télégraphe is bijna 12 kilometer lang en gaat omhoog tegen zo’n 7% gemiddeld. De top wordt op ruim 50 kilometer van de finish bereikt, waarna het dus nog maar kort is tot de voet van ‘Het dak van de Tour. De Col du Galibier is namelijk de hoogste bergtop die wordt bereikt in deze Tour de France. Dat gebeurt na een klim van bijna 18 kilometer lang over een gemiddelde van zo’n 7%. Vooral de laatste kilometers gaan zeer steil omhoog. Na de top duiken de renners richting finishplaats Serre Chevalier. De lengte van de top van de Galibier en de finish is 28 kilometer.

Deze etappe kan het best omschreven worden als ‘slopend’. Want dat is hij. De beklimmingen in deze rit worden alsmaar zwaarder, met de Galibier als letterlijk hoogtepunt. De kans bestaat dat aanvallers in deze rit vooruit blijven. Veel zal hiervoor afhangen van de manier waarop het peloton de Croix de Fer oprijdt. Schudden de klassementsrenners hier al aan de boom, dan wordt het lastig voor de vluchters. Als de Tourfavorieten echter wachten tot de Télégraphe of de Galibier, lijkt er genoeg ruimte te zijn voor de kopgroep. De renner die deze etappe wil winnen zal niet alleen goed moeten klimmen, maar ook een goede afdaling moeten kunnen rijden, aangezien de laatste afdaling liefst 28 kilometer lang is.

favorieten etappe 17

Etappe 18 Izoard

Voor de laatste bergrit in deze ronde heeft de organisatie van de Tour een unieke aankomst gepland. Deze achttiende etappe eindigt namelijk op de top van de Col d’Izoard, weliswaar een bekende klim uit de Tour, maar nog nooit lag er een finish op deze top. Deze aankomst zal voor een gigantische strijd moeten zorgen tussen de overgebleven kanshebbers op de gele trui.

De etappe van vandaag start in Briancon. Hierna volgt een lange aanloop richting de voet van de Col d’Izoard. De eerste 120 kilometer zijn allesbehalve lastig. Op 60 kilometer van de aankomst wordt de top bereikt van de Côte des Demoiselles Coiffées, een klim van de derde categorie. De tussensprint wordt bereikt na 91,5 kilometer fietsen. Hierna blijft de weg vals plat omhoog lopen tot aan Saint-Paul-sur-Ubaye. Van hieruit wordt de Col de Vars beklommen. Deze beklimming van de eerste categorie is 9,3 kilometer lang en kent een gemiddeld stijgingspercentage van 7,5 procent. De top hiervan wordt bereikt op 50 kilometer van de aankomst en, misschien nog wel belangrijker, op 36 kilometer van de voet van de Col d’Izoard.

Vanaf de top van de Col de Vars wordt afdaling naar Guillestre ingezet. Vanaf deze Alpenplaats gaat de route verder richting de Izoard. Op 14,1 kilometer van de aankomst starten de renners dan eindelijk aan de slotbeklimming. Deze is, meer dan terecht, er eentje van de buitencategorie. Het gemiddelde van deze 14 kilometer lange Col d’Izoard lijkt met 7,3% nog niet eens zo bijzonder, maar na de vlakke eerste helft van de beklimming krijgen de renners enkele zware stroken te verwerken. Op een kleine afdaling op drie kilometer van de streep na zakt het gemiddelde in het tweede deel van de Izoard namelijk niet onder de 8,%. De laatste anderhalve kilometer zijn met 10% gemiddeld ook nog eens de zwaarste van de gehele beklimming.

Voor de betere klimmers in deze Tour is dit de laatste kans op succes. Dat geldt voor zowel de rittenkapers als de klassementsrenners onder hen. Daarmee heeft de vlucht 50% kans op slagen. Het tempo in het peloton zal vanaf de Col de Vars zeer hoog zijn. Op deze beklimming van de eerste categorie zal de groep met de gele trui flink uitgedund worden, om vervolgens in volle vaart richting de voet van de Col d’Izoard te fietsen. Op deze slotbeklimming zullen de beste klimmers het tegen elkaar opnemen. De aankomst ligt overigens op ruim 2300 meter boven zeeniveau, wat een extra dimensie aan deze etappe kan geven. Alleen pure klimmers lijken hier te kunnen zegevieren.

favorieten etappe 18

Etappe 19 Salon de Provence

Op deze zaterdag voor het einde van de Tour de France heeft de organisatie een ouderwetse overgangsetappe ingepland. Vanuit Embrun verlaat het peloton de etappe om na een tocht van 222,5 kilometer te eindigen in Salon-de-Provence. Hiermee is dit tevens ook de langste etappe in deze Ronde van Frankrijk.

In het eerste gedeelte van deze etappe krijgen de aanvallers genoeg kans om zich los te maken van het peloton. Na 26 kilometer wordt namelijk de top van de Col Lebraut bereikt, een beklimming van de derde categorie. Niet veel later beklimmen de renners de Côte de Bréziers, opnieuw een helling van de derde categorie. Na een lange gedeelte dat nergens vlak is, wordt er in Banon gesprint om de punten. Dit gebeurt op 86 kilometer van de aankomst. Hierna dalen de renners richting Apt, van waaruit de laatste beklimming van de dag wordt aangedaan. Dat is de Col du Pointu, opnieuw een pukkel van de derde categorie. Deze is bijna 6 kilometer lang en kent een gemiddelde van zo’n 4%. Hierna krijgen de renners nog 45 dalende en vlakken wegen voor de kiezen vooraleer zij finishen in Salon-de-Provence.

Het eerste gedeelte van deze etappe is dus zeer geschikt om een mooie kopgroep te vormen. De kans dat de renners in deze kopgroep voor de finish worden teruggepakt is vrij klein. Door het lastige parcours zullen er niet veel sprintersploegen zijn die geloven in de kansen van hun spurter. Er zullen dus weinig ploegen zijn die de jacht zullen willen inzetten in deze lange tocht naar Salon-de-Provence. Een grote kans dus voor de vluchters, die voor de laatste maal kunnen zegevieren in deze Ronde van Frankrijk.

favorieten etappe 19

Etappe 20 Marseille

Het klassement zal in deze tijdrit in Marseille in een definitieve plooi vallen. De tijdrit start en finisht in de Orange Vélodrome, het legendarische en gemoderniseerde stadion van voetbalclub Olympique Marseille. In het tweede gedeelte van deze 22,5 kilometer lange chronorace klimmen de renners één voor één naar de Notre-Dame de la Garde.

Na de start in het voetbalstadion zetten de renners koers richting de kust, om daar vervolgens voor lange tijd niet vanaf te wijken. De eerste tussenmeting wordt gedaan voor het Palais du Pharo, waarna de renners langs de jachthaven van Marseille opkomen. Hierna volgt al snel het keerpunt, waarna deze rit tegen de klok verder gaat richting de beklimming naar de Notre-Dame de la Garde. Hierna keren de renners terug aan de kust en gaan zij via dezelfde weg terug richting de finish.

Een tijdrit aan het eind van een grote ronde zorgt doorgaans voor verrassingen. Zo hoeft men niet raar op te kijken wanneer een klassementsrenner deze chronorace wint. Frisheid geeft namelijk vaak de doorslag in afsluitende tijdritten. Toch zou het zomaar kunnen dat één van de tijdritspecialisten deze etappe naar zich toe trekt. De spanning op deze voorlaatste dag zal voornamelijk komen van de strijd om de gele trui en de ereplaatsen in het algemeen klassement. Ondanks dat de afstand van deze tijdrit slechts 22,5 kilometer bedraagt, kunnen er zomaar grote verschillen ontstaan op het parcours in Marseille.

favorieten etappe 20

De traditionele massasprint op de Champs-Elysees in Parijs mag ook dit jaar niet ontbreken in de Tour de France. Ook deze editie van de Franse ronde eindigt op de brede laan in de hoofdstad. Voor sprinters is winnen in Parijs het hoogst haalbare, dus ook dit jaar kunnen we weer een strijd tussen de snelste wielrenners op aarde verwachten.

Hoewel de finish van de slotetappe in de Ronde van Frankrijk traditiegetrouw op de Champs-Elysees ligt, probeert de organisatie elk jaar weer een andere startplaats aan te wijzen voor deze rit. Dit jaar start het peloton vanuit Montgeron, dat net buiten Parijs ligt. Na 45 kilometer fietsen komen de renners het plaatselijke circuit in de Franse hoofdstad op rijden. Na de derde van de in totaal negen passages over de finish wordt de tussensprint bereikt. Wanneer de renners de finish bereiken hebben zij op deze slotdag slechts 103 kilometer afgelegd.

Beklimmingen liggen er niet in deze etappe en ook het plaatselijke circuit in Parijs heeft sprinters nog nooit in verlegenheid gebracht. Dat betekent dat de sprinters hoogstwaarschijnlijk hun laatste pijlen in deze Tour de France mogen verschieten. De sprinters die het meest fris uit de bergen zijn gekomen hebben in Parijs nog één kans op succes, vooraleer zij weer een jaar moeten wachten op een nieuwe poging.

favorieten etappe 21