­­Op dag vijf van deze Tour de France staat de renners een lastig karweitje te wachten. Het peloton trekt vandaag door Bretagne over een parcours dat het karakter heeft van een Ardennenklassiekers. De laatste vijftig kilometer van deze rit gaan constant op en af. Daarnaast biedt ook de oplopende laatste kilometer perspectief voor de heuvelspecialisten en punchers.

Etappe 5 (woensdag 11 juli): Lorient – Quimper (204,5/heuvels) 2/5

Ook in deze etappe gaan de renners zicht hebben op de Atlantische Oceaan. Startplaats Lorient is er namelijk aan gelegen. Vanuit deze grote stad, waar de Tour al zestien keer te gast was, rijden de renners zo’n vijftig kilometer langs de kust. Eenmaal voorbij Concarneau zetten de renners koers richting het heuvelachtige gedeelte van Bretagne. Na talloze wegen op en af eindigt de rit in Quimper met een oplopende finish. Dat was ook het geval in 2004, toen Thor Hushovd de laatste aankomst hier won.

De eerste helft van deze etappe is nog relatief gemakkelijk, met na ruim 93 kilometer fietsen de tussensprint in Roudouallec. Hierna trekken de renners de Bretonse heuvels in met de Côte de Kaliforn als eerste van in totaal vijf gecategoriseerde beklimmingen. De Kaliforn en zijn opvolger zijn nog van de vierde categorie, waar de laatste drie beklimmingen alweer een moeilijkheidsgraad hoger zijn.

Op ongeveer 48 kilometer van de finish kan de finale beginnen met de lastige Côte de Menez Quelerc’h. Deze pukkel van drie kilometer aan 6,1% wordt gevolgd door veelal glooiende wegen. De laatste gecategoriseerde beklimming is de Côte de la Montagne de Locronan, waarvan de top op ruim 23 kilometer van Quimper ligt. Op twaalf kilometer van de meet wordt de streep bovenop de Côte de la Chapelle Notre Dame bereikt. Hierop zijn geen bergpunten te verdienen, maar is de lijn van de bonussprint getrokken. Via nog meer glooiende wegen bereiken de renners vervolgens Quimper, waar als kers op de taart ook de laatste kilometer weer omhoog loopt.

Favorieten

favorieten etappe 4