Op de voorlaatste dag van de tweede week krijgen de klassementsrenners weer een kans om de strijd met elkaar aan te gaan. De slotbeklimming naar het vliegveld van Mende is dermate lastig, dat er nog serieuze verschillen op kunnen ontstaan. Ook voor de vluchters is dit een mooie kans om voor de ritwinst te gaan.

Etappe 14 (zaterdag 21 juli): Saint-Paul-Trois-Châteaux – Mende (188/heuvels) 

Deze 188 kilometer lange etappe vertrekt in Saint-Paul-Trois-Châteaux, waar de Tour ook in 2011 en 2012 een etappestart plaats liet vinden. Van hieruit trekken de renners door de Drôme en de Arcèche, om halverwege de etappe het nationaal Parc de Cévennes in te gaan. Hierin lopen de wegen omhoog en zijn de natuurplaatsje om van te genieten. De beklimming naar het vliegveld van Mende is overigens een onbekende in de Tour de France. Al vier keer kwam het peloton hier aan, met in 2015 Stephen Cummings als laatste winnaar.

Na een relatief eenvoudige eerste helft van deze etappe, met daarin één helling van de vierde categorie en de tussensprint in Bessèges, beginnen de wegen langzamerhand omhoog te lopen. De eerste serieuze beproeving van de dag is de Col de la Croix de Bethel, een beklimming van ruim negen kilometer aan bijna vijf procent gemiddeld. Deze beklimming wordt gevolgd door een col van de derde categorie. Hierna volgt er nog een niet-gecategoriseerde bekimming naar La Baraque de l’Air, waarna er nog een kleine 35 kilometer resten tot de finish.

Op een kleine vijf kilometer van de aankomst beginnen de renners aan de slotbeklimming van de Côte de la Croix Neuve, ook wel bekend als de Montée Laurent Jalabert. Deze drie kilometer lange kuitenbijter van ruim tien procent gemiddeld kent enkele zeer lastige stroken waarop menig renner het lastig zal krijgen. Eenmaal op de top van de beklimming volgt er nog één vlakke kilometer tot de finish op het vliegveld van Mende. Er liggen hier dus kansen voor zowel de punchers als de echte klimmers om zich te onderscheiden.

Favorieten

favorieten etappe 14